Zorgvraag stappenplan

Korte termijn

Korte termijn

Op korte termijn reiken we tools aan om beter om te gaan met probleemgedrag.

  • Wat kan op korte termijn de lont uit het kruitvat halen?
  • Gedragsproblemen mogen we niet alleen aanpakken. Hoe zorgen we ervoor dat we dit probleem samen aanpakken?
  • Hoe halen we druk van de ketel, zowel bij de leerlingen als bij de leerkrachten?
  • Wat heeft de leerkracht nodig om opnieuw goesting te krijgen in zijn werkdag?
  • Hoe hanteren we een gemeenschappelijke taal om probleemgedrag aan te pakken?

Klik hieronder op de verschillende stappen voor meer informatie over elk onderdeel.

Instrumentale agressie

Heel wat van deze leerlingen vertonen grensoverschrijdend gedrag wat de orde in de klas en op school danig kan verstoren. Het is belangrijk als leerkracht om de situatie goed in te schatten. Handelt de leerling uit frustratie of worden er grenzen overschreden om een eigen doel te bereiken?

Als de leerling zijn adrenalinecurve onder controle kan houden, spreken we van instrumentele agressie. Het gaat hier over gecontroleerd gedrag, waarbij wordt uitgetest en de leerling zeer doordacht handelt.

Frustratie-agressie

In het omgaan met leerlingen met gedragsmoeilijkheden worden we regelmatig geconfronteerd met verlies van zelfcontrole, driftbuien, woede-uitbarstingen,
vechtpartijen.

Heel wat van deze leerlingen vertonen frustratie-agressie wat de orde in de klas en op school danig kan verstoren.

Hoe gaan we professioneel zo veilig mogelijk met deze crisissituaties om?

Level 0

Als leerkracht krijg je al snel het gevoel dat je handen en ogen tekort komt
tijdens overgangsmomenten, lossere lessen, speeltijden, uitstappen, … Voor
leerlingen met gedragsmoeilijkheden zijn deze momenten vaak te hoog
gegrepen.

We vergelijken dit graag met een level in een computerspelletje. Je
kan onmogelijk overleven in level 10 als je de lagergelegen levels nog niet hebt
uitgespeeld. Begin bij level 0.

IJzer smeden als het koud is

Het gaat er niet om de macht te hebben of de baas te zijn; dat leidt slechts tot strijd en escalatie.

Door controle over eigen gedrag te nemen, worden escalaties voorkomen.

Door het ijzer te smeden als het koud is, ontmijn je eerst de situatie, om er later op een rustig moment op terug te komen.

Visualiseren

Voor alle soorten informatie die leerlingen op een dag moeten verwerken is de auditieve vorm de meest vluchtige.

Het resultaat is dat een leerling veel informatie misloopt. Het is dus niet zo dat enkel leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften gebaat zijn bij visuele ondersteuning.

Alle leerlingen zullen door visualisatie minder informatie mislopen en zich bijgevolg beter ontwikkelen.

Praten met het kind

We leven in een cultuur van overleg. Als het gaat over gedragsproblemen
durven we wel eens enkel over de leerling te praten, en te weinig met de leerling zelf.

Het moment wanneer we met de leerlingen zelf in communicatie gaan, is vaak als er zich een moeilijke situatie voordoet.

Deze momenten zijn helemaal niet geschikt om iets constructief op te bouwen. Neem daarom tijd om ook in ‘vredestijd’ met het kind te praten.

Instrumentale agressie

Bij instrumentele agressie is het belangrijk om allereerst als volwassenen je eigen emoties onder controle te houden. 

Vervolgens proberen we het patroon van het kind te herkennen en te doorbreken. 

Elke leerkracht heeft een eigen voorkeurstrategie om met grensoverschrijdend gedrag om te gaan, maar we hebben in elke situatie steeds de keuze om een andere vorm van interactie uit te proberen. 

Het is van groot belang om ons bewust te zijn van de voor- en nadelen van elke strategie.

NEGEREN

Voordelen

Nadelen

Machtsstrijd voorkomen Leerling wordt niet op zijn plaats gezet
Confrontatie uitstellen Eigen zelfvertrouwen daalt
Situatie verschuiven naar geschikter moment Andere gaat gewoon door

KALMEREN

Voordelen

Nadelen

Frustratie beperken Enkel bij frustratie-agressie
Begrip, relatie bevorderen Eigen emotie opzij schuiven
Vertrouwen en respect Gevaar om telkens bij jou frustratie te uiten

CONFRONTEREN

Voordelen

Nadelen

Duidelijkheid wat je niet wil Vraagt zelfzekerheid
Je vraagt/eist respect Niet altijd gepast
Zelfvertrouwen groeit Frustratie-agressie: rode lap op een stier

HULP HALEN

Voordelen

Nadelen

Samen ben je sterker Gevoel: ik kan het niet alleen
Je voelt steun en herkenning Vrees voor gezichtsverlies

ONTMIJNEN: HUMOR

Voordelen

Nadelen

Situatie doorbreken Kan slecht opgevat worden, met meer agressie
Spanning wordt weggelachen Spontaan, niet te plannen
Kritiek geven terwijl je ander in eigen waardigheid laat Onduidelijkheid, waardoor de ander steeds verder gaat

TEGENAGRESSIE

Voordelen

Nadelen

Voor een moeilijk verstaander kan dit duidelijk zijn Nog meer strijd
Je laat zien dat je niet met je laat sollen Achteraf problemen door wraakgevoelens – vertrouwen is weg

Frustratie-agressie

Escalatiemodel

Om professioneel en zo veilig mogelijk met crisissen op school om te gaan, is het belangrijk om met de agressiecurve aan de slag te gaan.

Wanneer er sprak is van oplopende spanning bij leerlingen worden verschillende fasen doorlopen. 

We streven naar een zo veilig mogelijk werkklimaat dat leefbaar is voor leerlingen en alle medewerkers van de school. Het is van groot belang dat alle medewerkers weten hoe zij best handelen indien zij te maken krijgen met agressie. 

GEWOON GEDRAG

In deze fase is nog geen sprake van crisis. Er is rust. Het is de fase waarin de leerling goed kan functioneren en in staat is om constructief mee te werken.

Als leerkracht is het hier makkelijk om positief gedrag te signaleren en te benoemen zodat we verbondenheid kunnen nastreven. 

Voor leerlingen met moeilijk gedrag is het noodzakelijk dat er ook in deze fase een duidelijke structuur wordt aangebracht.   

We durven hier ook spreken van ‘vredestijd’.  Dit is de fase dat er pro-actief en constructief kan gewerkt worden om in een latere fase escalaties te vermijden. 

Het is belangrijk om werkpunten te bespreken als alle partijen rustig zijn, als iedereen zich veilig voelt. Het trainen van sociale vaardigheden kan alleen maar succesvol zijn, als er een veilig pedagogisch klimaat heerst.

OPSTARTFASE

Er is angst voor controleverlies. We zien een verandering van het normale gedrag. 

De leerkracht probeert samen met de leerling het probleem op te lossen. Het is belangrijk om als leerkracht het ongewenst gedrag te benoemen en meteen ook jouw verwachtingen naar gewenst gedrag uit te spreken. 

Negeren werkt in deze fase vaak versterkend omdat de leerling meestal op zoek is naar interactie. Als deze er niet komt, zal de leerling telkens een stapje verdergaan.

Belangrijk is om enkel het gedrag te veroordelen en niet de leerling zelf. Je kan ervoor kiezen om de leerling in groep of individueel aandacht te geven. Ieder heeft zijn eigen voorkeurstrategie, maar in deze fase kan het gebruik van humor de situatie ontmijnen.

Je zet in deze fase de deur op een kier en geeft zo opnieuw kansen. Concreet kan het dat de leerling wordt afgezonderd in een daarvoor voorziene plek in de klas of in de buurtklas. 

De hulp kunnen en durven inroepen van collega’s is in het omgaan met leerlingen met moeilijk gedrag essentieel. Je hoeft hiervoor niet te wachten tot het water aan de lippen staat, maar zelfs in de opstartfase kan het naar de leerling toe een duidelijk signaal zijn dat je er als leerkracht niet alleen voor staat. 

ESCALATIEFASE

Er is sprake van verlies van controle. Uitingsvormen bij controleverlies kunnen zijn: gillen, schreeuwen, vluchten, dreigen, gooien, … In deze fase is de leerling duidelijk de controle over de situatie kwijt.

Het is belangrijk om ons bewust te zijn wat een escalatiefase met onszelf doet. We willen ons immers ten allen tijde professioneel opstellen en proberen daarom niet mee te gaan in de emotie.

Daarom is het zinvol om zelf de regie in handen te nemen. Benoem het gedag dat moet stoppen en praat vanuit jezelf met kordate en duidelijke ik-boodschappen. Veroordeel het gedrag door een bookmark te stellen.

Het is belangrijk om in deze fase een vluchtroute aan te geven. Afzonderen uit de situatie is aan te raden om de situatie onder controle te houden.

STOP! Anderen slaan is niet oke! We komen hier later op terug!

Het gebruik van humor is in deze fase onduidelijk en werkt vaak averechts.

Beperk het aanraken van de leerling, maar geef door het gebruik van korte slagzinnen aan wat je verwacht.

STOP

IK ZIE je slaan,

GA NU NAAR de andere speelplaats (OF naar de klas)

(JE HEBT HIERVOOR 2 minuten)

CRISISFASE

Dit is de fase van de chaos. De leerling laat destructief gedrag zien. Dit gedrag kan gericht zijn op personen, voorwerpen of op zichzelf. In deze fase wordt voor de veiligheid van de leerling en andere personen in de klas gezorgd. 

Je kan in deze fase nog zeer weinig doen. Praten is nu gedaan, interactie is nefast.  Je kan enkel de slagzinnen blijven herhalen om de leerling te helpen zo snel mogelijk tot rust te laten komen. Zorg voor een vluchtmogelijkheid, zonder in de persoonlijke zone van de betrokken leerling te komen. Vluchten is beter dan vechten!

Een crisisfase heeft een impact op iedereen. Het is van groot belang om de betrokken leerkracht de mogelijkheid te bieden om tot rust te komen buiten de klasgroep. 

Registreer elke crisis en zorg dat de ouders hiervan op de hoogte gebracht worden. Elke crisis is immers een kans om met de moeilijke situatie aan de slag te gaan, zodat we in de toekomst dergelijke crisissen kunnen vermijden.

 

AFBOUWFASE

In deze fase is het belangrijk dat de leerling geholpen wordt om tot rust te komen. Dit kan tot 90 minuten duren. 

In de afbouwfase begeleidt best iemand die niet bij het conflict betrokken was. De leerling kan bijvoorbeeld bij de directie, het secretariaat, de zorgcoördinator terecht, iemand die zelf aan het werk is, maar de leerling opvangt. 

Het conflict wordt nu nog niet besproken, omdat er hierdoor snel een nieuwe piek ontstaat. Als externe begeleider in deze fase is het belangrijk te laten merken “ik ben er voor jou”, door bijvoorbeeld een zakdoekje aan te bieden, te laten weten dat hij mag vragen om even naar toilet te gaan, …

Ook voor de leerkracht is dit een afbouwfase. Het is van groot belang om een terugkeer steeds met de betrokken leerkracht te bespreken. 

POSTCRISIS DEPRESSIE FASE

Na een zware crisis is het normaal dat mensen een dip kennen. Vaak komen dan ook emoties los, tonen leerlingen schaamte en spijt, maar evengoed stoer en macho-gedrag.

Het is belangrijk om in deze fase van de crisis een leerproces te maken. Er wordt door de leerkracht en de leerling teruggekeken op de situatie. Het is belangrijk om het hele conflict te bespreken en zo weinig mogelijk aandacht te besteden aan het gedrag tijdens de crisisfase, ook al blijft dit van nature het meeste hangen.

We laten ruimte voor de gevoelens van iedere partij en maken duidelijke afspraken naar herstel en gaan pro-actief aan de slag om verdere crisissen te vermijden.

Level 0

Een ganse dag op school vraagt van de leerlingen heel wat vaardigheden. De meeste leerlingen doen gewoon wat er gevraagd wordt, maar voor leerlingen met gedragsmoeilijkheden is niet alles zo vanzelfsprekend.

Het is zeer zinvol om bewust bezig te zijn met de moeilijkheidsgraad van de opdracht die we aan een bepaalde leerling of klasgroep geven.

Opdracht

Level

Individueel aan je bank werken 1
Rechtstaan achter je stoel 2
Alleen door de klas wandelen 4
Samen door de klas wandelen 10
Opdracht per 2 8
Groepswerk 20
Samen in de gang 8
In de rij 15
Speeltijd 40

MAAK HET JEZELF NIET TE MOEILIJK

Voor leerlingen die moeilijk gedrag stellen, is het van groot belang dat we proberen de moeilijkheidsgraad van de opdracht zo klein mogelijk te maken. Als een bepaalde klasgroep veel drukte maakt wanneer ze samen door de klas wandelen moeten we deze opdracht misschien vervangen door per 4 de werkschriften op de vensterbank te gaan leggen.

Hierdoor maken we het voor onszelf  in de eerste plaats makkelijker. In rust is het veel makkelijker om als leerkracht een duidelijk overzicht te bewaren en kort op de bal te spelen. Als de leerkracht zich sterker voelt, zal dit automatisch een positief effect hebben op de sfeer in de klas.

Als een leerkracht aangeeft dat de grens bereikt is, dat zijn draagkracht overschreden wordt, is het de bedoeling om voor de leerkracht te bekijken hoe we heel de situatie naar een lager level kunnen krijgen. Wat heeft de leerkracht nodig om opnieuw de kracht en motivatie te vinden om met de klasgroep aan de slag te gaan?

Meester P. zit om 13u in de leraarskamer en zucht.  “Kan je geloven dat ik opzie tegen de knutselactiviteit van deze namiddag.”  Meester P, die jaren geleden bewust gekozen heeft om leerkracht te worden, net om zijn creativiteit en motivatie voor beeldvorming door te geven aan de jongere generatie. 

Al 15 jaar geeft hij lessen muzische vorming met hart en ziel en geniet hij samen met de leerlingen van deze ontspannende namiddagen.  Maar nu weet hij al op voorhand dat binnen de kortste keren verfborstels in het rond zullen vliegen, dat er verf zal hangen waar ze absoluut niet mag hangen, dat hij weer heel veel energie zal moeten steken in andere dingen dan waar meester P. jaren geleden voor gekozen heeft. 

Hij is dit beu.

Je hoeft helemaal niet te wachten tot de boel ontploft. Het is integendeel aan te raden om pro-actief met deze situatie aan te gaan.  Niemand is er gebaat bij dat straks één of meerdere leerlingen over hun toeren moeten gaan, dat de leerkracht bevestigd wordt in zijn verwachtingen, … 

Een collega van meester P. geeft hem dit keer niet de gebruikelijke schouderklop bij het belsignaal “succes hé collega met je schilderwerken”, maar stelt iets heel anders voor.  “Ik zal S. en L. zo dadelijk wel mee naar mijn klas nemen. Ik hou hen deze namiddag wel bezig, zodat jij eindelijk nog eens ten volle kan gaan voor die les muzische vorming”

Scholen investeren heel wat tijd en energie in het omgaan met moeilijke situaties. Door pro-actief dingen te installeren, zal de tijd en energie die men daarvoor inzet, veel productiever zijn dan steeds maar weer te wroeten in tijden van conflict en weerstand.

Het netwerk rond de leerkracht speelt daarin een zeer bepalende rol. Een leerkracht voelt zich veel sterker als hij het gevoel heeft er echt niet alleen voor te staan.

Het praten over probleemgedrag is niet altijd evident. Leerkrachten ervaren het vaak als een falen als ze niet weten hoe op een bepaald gedrag in te spelen. Het is belangrijk om binnen een veilig klimaat hierover met collega’s in communicatie te gaan en zo constructief samen na te denken.

Gedeelde smart is halve smart. Samen kan je meer dan alleen. Het is belangrijk om te weten dat je geen gezichtsverlies lijdt, maar dat het samen zoeken naar oplossingen nu net een grote kracht is om met moeilijke situaties om te gaan.

SPEELTIJDENREGELING

Speeltijden zijn voor heel veel leerlingen moeilijk. De structuur valt weg. Leerlingen van verschillende klassen komen op dezelfde ruimte bij elkaar. Er is geen vast aanspreekpunt voor de leerlingen, telkens verandert de toezichthouder. Leerlingen lopen door elkaar. Er is veel lawaai en drukte. Er vliegen ballen door de lucht, er draaien springtouwen in het rond, de toiletten stinken, …

Net op die momenten is het voor leerlingen die zelfs in de klas snel overprikkeld raken van groot belang dat ze gesteund en gestuurd worden. Maar om organisatorische redenen kan dit niet. Er zijn voor deze grote groep leerlingen slechts enkele volwassenen die de boel proberen in de gaten te houden. Er gelden vaak vele regels op de speelplaats, maar we zijn onvoldoende bij machte om deze consequent en duidelijk op te volgen. 

En dan gaat plots de bel en verwachten we dat alle leerlingen netjes en stil in de rij gaan staan. Hier bieden we dan wel vaak structuur door een vaste stip te schilderen of een tweede belsignaal in te voeren.

De meeste leerlingen maken hier handig gebruik van en zijn na die drukke speeltijd waarin ze zich eens goed hebben kunnen uitleven, weer helemaal klaar om te rekenen en te schrijven. Maar er zijn er ook anderen. 

Leerlingen die moeilijk gedrag vertonen, lopen constant op eieren. Soms kunnen we dit zeer duidelijk observeren, maar in de meeste gevallen maskeren ze dit gevoel door zich stoer en uitdagend op te stellen. Ze zijn op zoek naar hun eigen veiligheid. 

Door deze leerlingen 3 à 4 keer per dag te laten deelnemen aan de speeltijden, maken we het onszelf, de leerling en heel de omgeving ontzettend moeilijk. Er dreigt nooit eens een rustmoment te ontstaan, waarin leerlingen, leerkrachten, collega’s hun emmertje kunnen laten leeglopen. Uiteraard ontstaat er dan op een bepaald moment een crisis waarin ieders emmer overloopt.

Daarom stellen we voor om als eerste stap te bekijken wat er binnen de school organisatorisch mogelijk is om een leerling die moeilijk gedrag vertoont, een speeltijdenregeling te geven. Hiermee willen we de pauzes afstemmen op de noden van de leerlingen, waardoor we speeltijden zo aangenaam mogelijk laten verlopen voor alle leerlingen, maar ook voor de leerkrachten.

Wil dit zeggen dat deze leerling niet meer op de speelplaats mag komen? Zeker niet. Dit valt telkens te bekijken hoe ernstig de situatie is.

Het is belangrijk om als school steeds de regie te blijven houden.

In extreme gevallen is het noodzakelijk om het speeltijdengebeuren helemaal naar level 0 te halen en de leerling voor een bepaalde tijd niet meer op de speelplaats te laten. In andere gevallen kan het zijn dat slechts enkele speeltijden vervangen worden door een alternatief. Een speeltijd waar de klastitularis toezicht heeft, is vaak voor de leerling een lager level dan wanneer die er niet is.  De invulling van het speeltijdenrooster zal verschillend zijn van casus tot casus en van school tot school. 

Wij zijn voorstander om een duidelijk weekschema op te stellen, waardoor de leerling visueel ondersteund wordt en de situatie voor hem veiliger aanvoelt.  Het is belangrijk dat de school bepaalt wat de leerling op welk moment zal doen, maar om verbondenheid te creëren zijn we voorstander om dit wekelijks met de leerling te bespreken. 

Nieuwe afspraak met juf …. en de directeur om jouw speltijdenregeling te bespreken: vrijdagnamiddag om 15u.

Tijdens dit gesprek kan aangegeven worden tijdens welke speeltijd het voor de leerling goed verlopen is. Hierdoor krijgt de leerling eindelijk nog eens een compliment voor een speeltijd. Hierin is hij waarschijnlijk sinds lange tijd niet meer geslaagd door de onvoorspelbaarheid, de drukte, … tijdens de ‘gewone’ spelmomenten.

Als de school merkt dat de leerling zijn best doet voor de speeltijdenregeling  kan samen met de leerling besproken worden welke activiteiten de komende weken aan bod kunnen komen.  Belangrijk is hierbij dat de school de regie blijft houden, maar we geven de leerling het gevoel dat hij betrokken wordt.  Deze win-win situatie heeft in vele gevallen een positief effect op de moeilijke situatie.

LESTIJDENREGELING

Deze werkwijze kan helemaal overgenomen worden naar een lestijdenregeling.

Na een gerichte observatie is het vaak duidelijk dat bepaalde momenten, specifieke lesonderdelen voor moeilijkheden zorgen. 

OPNIEUW ZORGEN VOOR EEN DRAAGVLAK

Vaak krijgen we de vraag: hoe lang moeten we deze maatregelen volhouden. Dit is uiteraard casusafhankelijk. Van groot belang is echter wel om enkel dingen te installeren waarvan de school als organisatie overtuigd is dat het vol te houden is.

Met bovenstaande maatregelen kopen we voor onszelf tijd om in de eerste plaats weer op adem te kunnen kopen. Vervolgens kan er van daaruit gestart worden met een meer fundamenteel veranderingsproces. Als we constructieve veranderingen willen nastreven, moet er in de eerste plaats opnieuw een draagvlak zijn om iedereen bewuster te laten omgaan met probleemgedrag. 

Stelselmatig zullen we acties ondernemen om de leerling stap voor stap opnieuw te laten aansluiten bij de klasgroep.

Het ijzer smeden als het koud is

Om escalaties te voorkomen en een einde te maken aan een zinloze machtstrijd dienen we onnodige confrontaties te vermijden. Leerlingen leren onbewust dat ze met behulp van dreigementen en geweld hun zin kunnen krijgen. Ze zullen proberen ons zover te krijgen dat we de confrontatie aangaan. 

Leerlingen gaan op zoek naar interactie, ze willen een reactie uitlokken. Zolang er interactie is, is er aandacht. Ook negatieve aandacht, is aandacht. Het agressieve gedrag van leerlingen is vaak te wijten aan ‘escalatiegewoonten’, zij hebben geleerd dat als ze niet meteen krijgen wat ze willen, ze dit alsnog kunnen krijgen door zich nog extremer te gedragen.

Hoe meer woorden we in zulke situaties gebruiken, hoe hulpelozer we ons gaan voelen. Een kort en duidelijk verbod is beter dan breedvoerige uitleg, gekibbel en gepreek. Om onnodige confrontaties te vermijden en escalatie te voorkomen, maken we gebruik van enkele slagzinnen.  Want als we volledig zouden zwijgen, scheppen we misschien het gevoel dat we opgeven. 

STOP!

Ik zie je slaan, dat wil ik niet meer!

Ga nu naar…!

Ik kom hier nog op terug!

Door controle over ons eigen gedrag te krijgen, laten we als leerkracht het gevoel van machteloos te zijn achter ons en nemen we zelf weer het heft in handen. Juist door escalatie te voorkomen en tegelijkertijd krachtig stelling te nemen tegen gewelddadig, agressief of zelfdestructief gedrag zal de strijdvaardigheid of agressie bij het kind afnemen. Want waar er twee vechten, zijn er twee verliezers, maar wanneer er één stopt met vechten, zal de ander ook ophouden. 

Door escalatie te voorkomen en anderen in te schakelen als steungroepen krijgen we weer een betere relatie met de leerling.  Een relatie waarin weer met elkaar omgegaan en gesproken wordt zonder dat iedere opmerking of situatie leidt tot een conflict.

Waar twee olifanten vechten, groeit geen gras.

Visualiseren

Elk gedrag dat we vertonen is een gevolg van bepaalde gedachten. Deze kunnen onbewust of bewust ontstaan en kunnen zowel positief als negatief zijn. Positieve gedachten leiden vaak tot positieve resultaten. Door te visualiseren kunnen we met onze gedachten toekomstig gedrag positief beïnvloeden.

Je gedachten over een bepaalde situatie beïnvloeden het resultaat van je acties. Heb je positieve gedachten over een bepaalde situatie, dan zul je waarschijnlijk een stuk succesvoller zijn in deze situatie, dan wanneer je negatieve gedachten hebt over dezelfde situatie.

Stel dat je een presentatie houdt waarvoor je ontzettend zenuwachtig bent, onzeker of je alles wel kent, bang bent dat mensen moeilijke vragen zullen stellen die je niet kan beantwoorden. Dit doemdenken zal ervoor zorgen dat je minder goed presenteert, dan wanneer je jezelf zeker voelt, er zeker van bent dat je alles goed hebt voorbereid, moeilijke vragen goed kunt beantwoorden.

Deze negatieve of positieve intenties spelen zich vaak af in ons onderbewustzijn. Visualiseren is een techniek waarmee we ons onderbewustzijn positief beïnvloeden. We trainen bepaalde patronen in gedachten om zo ons onderbewustzijn te programmeren en uiteindelijk de echte situatie positief te beïnvloeden.

VISUELE ONDERSTEUNING

Door visuele ondersteuning aan te bieden, zorgen we voor verschillende vormen van communicatie. Het visualiseren is concreter en constanter van vorm dan bijvoorbeeld gesproken woorden. Tegelijkertijd doen we een beroep op meerdere zintuiglijke kanalen waarmee leerlingen informatie verwerken.

Het is een gemiste kans dat hoe ouder leerlingen worden, de vormen van communicatie meer en meer worden terug gebracht naar gesproken en geschreven taal. 

KLASAFSPRAKEN

Om goed te kunnen samen leven en leren in een klas is er nood aan duidelijke regels en afspraken. Het is belangrijk voor kinderen dat ze goed zicht krijgen op wat er van hen verwacht wordt. Dit geeft iedereen rust.

Daarom is het van groot belang om regels en afspraken zichtbaar te maken in de klas.  Als we geconfronteerd worden met moeilijk gedrag is het belangrijk om na te gaan welk gedrag we willen aanpakken.  Wat is voor ons het meest onacceptabel gedrag. Wat kan echt niet meer en moet onmiddellijk stoppen. We maken hier een top 3 van. Vanuit deze negatieve top 3 formuleren we 1 positief werkpunt dat de hele lading kan dekken. 

Leerlingen krijgen regelmatig opmerkingen over wat ze niet goed doen: niet lopen, niet wiebelen, niet roepen. Het is belangrijk dat we leerlingen zicht geven op wat de gedragsalternatieven zijn. We laten in onze communicatie duidelijk zijn welk gedrag we willen zien.

Dit werkpunt alleen visualiseren zal onvoldoende zijn. Leerlingen weten best wel dat ze gepast moeten reageren, maar zijn vaak niet bij machte om dit ook daadwerkelijk uit te voeren. We moeten de leerlingen tools aanreiken om onze verwachting ook slaagkansen te geven. 

Met andere woorden we laten dit werkpunt leven in de klas. Soms hangen er klassen vol met visuele ondersteuningen, maar wordt er niet één keer naar verwezen. Op deze manier kunnen we de visuele ondersteuning beter weghalen, zodat het lokaal ook meteen wat prikkelarmer wordt.

Als we echt iets willen bereiken, moeten we samen met de leerlingen een vertaling maken van de gemaakte afspraken. Als leerlingen de zin van een bepaalde regel inzien, zullen ze deze gemakkelijker naleven. Een afspraak is pas een afspraak als deze echt leeft in de klas. We moeten dus nagaan of de regel voor iedereen duidelijk is. Is de regel zinvol? Zijn er niet teveel regels en afspraken? 

Door afspraken te laten leven, zal er ongetwijfeld ook aan groepsvorming gedaan worden. We bieden voldoende oefenkansen aan leerlingen om sociale vaardigheden te verwerven. We maken best tijd om conflicthantering te oefenen in vredestijd, voor dat er zich een conflict voordoet. Hoog oplopende ruzies bieden immers weinig oefenkansen, rollenspelen doen dit wel. In het oefenen vooraf en de nabespreking van conflicten zitten wel veel leerkansen. 

Als leerlingen moeite hebben met lezen, krijgen ze ondersteuning. Als kinderen enkele sociale vaardigheden nog niet beheersen, treden we vaak bestraffend op. Beter is te zorgen voor ondersteuning bij het bewust omgaan met elkaar, het leren samenwerken, het omgaan met conflicten

Ook leren stilzitten, leren aandacht geven en leren zelfstandig werken vraagt tijd.  We zijn van mening dat visueel ondersteunen van deze werkpunten essentieel is om mee aan de slag te gaan.

Het werkpunt ‘ik reageer gepast’ wordt op deze manier veel tastbaarder voorgesteld. Er wordt een symbool aan het werkpunt gekoppeld, maar dit kan bijvoorbeeld ook een foto van de klasgroep zijn. Daarnaast worden enkele tips geformuleerd die de leerlingen kunnen gebruiken om daadwerkelijk gepast te reageren. Het is noodzakelijk om met deze tips ook daadwerkelijk aan de slag te gaan. Ook hier moeten we leerlingen aanleren om bijvoorbeeld op een gepaste manier ‘stop’ te zeggen of te aanvaarden. Hoe controleer je jezelf. Dit vraagt tijd en ruimte. Welke hulplijnen hebben leerlingen? Breng deze in kaart en leer hen om de geboden hulp ook daadwerkelijk te aanvaarden. 

Door deze vaardigheden in groep te trainen, ontstaat er een gemeenschappelijke taal waarbij iedereen zich op termijn veel sterker zal voelen. De leerkracht heeft niet langer het gevoel er alleen voor te staan. De leerling die moeilijk gedrag vertoont, kan terugvallen op een omgeving die actief bezig is met het zoeken naar mogelijkheden. Maar ook de klasgenoten zullen zich veel sterker voelen in het omgaan met leerlingen met probleemgedrag. Win – win!

Andere voorbeelden van visualisatie kunnen bijvoorbeeld zijn:

Praat met de leerling

Wij leggen soms te veel uit. Met alle goede bedoelingen wordt aan leerlingen keer op keer verteld waarom iets moet of juist niet.  Hierdoor dreigt de effectieve boodschap verloren te gaan.

Wanneer je als volwassene stelling wilt nemen, is het belangrijk alleen te communiceren wat echt gezegd moet worden. Kort en duidelijk zeggen, in plaats van herhaald uitleggen en toelichten. 

Leerlingen weten vaak heel goed wat je als volwassene wilt zeggen. Veel uitleg biedt de leerling alle mogelijkheden om een discussie aan te gaan. Dit is helemaal niet de bedoeling, integendeel, we willen juist iets heel concreet stellen: dit accepteren we niet.

IJZER SMEDEN ALS HET KOUD IS

Als we kwaad of geïrriteerd zijn, komt de boodschap nooit goed over. Ze verliest dan aan kracht door de toon waarop, of de sfeer waarin, hij wordt uitgesproken. 

Het is belangrijk om steeds met de leerling te praten als we beiden weer rustig zijn.

STEUNGROEPEN

Gedragsproblemen vragen veel energie van leerkrachten en ouders. De leerling lijkt soms met zijn storend gedrag zijn positie alleen maar te verstevigen en drijft volwassenen tot wanhoop. Zij dreigen de strijd te verliezen en de moed op te geven, gewoon omdat zij moe zijn van het dagelijks gevecht met de leerling.

Steun vragen betekent dat zoveel mogelijk mensen worden ingeschakeld die betrokken zijn bij de leerling en die bijdrage willen leveren aan het herstel van de ontstane moeilijke situatie. We denken hierbij in de eerste plaats aan de betrokken leerkrachten, de zorgco, de directie, de ouders. Maar dit mag ook aangevuld worden door broers of zussen, een opa of tante, de buurman, de poetsvrouw, de leider van de jeugdbeweging, …  Soms zijn het mensen waar niet direct aan gedacht wordt, die steun geven aan de leerkracht, de ouders en de leerling. 

Steun betekent in de eerste plaats dat men elkaar goed informeert over wat er speelt. De geheimhouding wordt doorbroken. Dit voelt soms als het buiten hangen van de vuile was, maar is juist bedoeld om elkaar te helpen. Steun kan immers alleen worden geboden als je goed van elkaar weet wat er precies gebeurt en waar het steeds misgaat.

DE AANKONDIGING

Na overleg met het netwerk rond de moeilijke situatie is het noodzakelijk om hierover met de leerling in communicatie te gaan.

Ons doel is om weer in contact te komen met de leerling zodat we de relatie kunnen herstellen. Dat kan knap lastig zijn, zeker wanneer de leerling doet alsof het hem allemaal niet interesseert, wanneer hij vaak het bloed van onder onze nagels vandaan haalt.  Als professional zullen we opnieuw de eerste stap moeten zetten. 

We mogen tijdens dit overleg niet vervallen in de zoveelste preek, want dat werkt niet. Om tegelijk de moeilijke situatie niet te minimaliseren, is het raadzaam om vooraf een brief op te stellen, die wordt voorgelezen in het bijzijn van gans het netwerk rond de moeilijke situatie.

Heel belangrijk is het om de toon in de brief positief te laten klinken en om niet met straf te dreigen. Omdat iedereen die betrokken is, wil dat het goed gaat met het kind, is de aankondiging een mooie kans om dit uit te spreken. Door alle escalaties komt het er immers zelden meer van te laten merken dat het kind nog steeds geliefd is en gewaardeerd wordt.

Door de aankondiging positief te houden, wordt tegelijk voorkomen dat het kind zich meteen verzet en protesteert. Het geeft ruimte om weer open met elkaar in gesprek te treden. De aankondiging is bij voorkeur kort, en daardoor krachtig. Voorkomen moet worden dat de boodschap zoekraakt tussen woorden en zinnen die niets toevoegen. In een aantal korte, duidelijke zinnen wordt aangekondigd dat ouders, school en steungroepen stelling nemen tegen onacceptabel gedrag. 

De aankondiging vormt de start van het veranderingsproces.  De opbouw van een aankondiging kan er als volgt uitzien:

  • Start met een positieve aanhef
  • Dit wordt gevolgd door een positieve beschrijving van het kind.
  • De kern van de brief is: we willen dat de dingen vanaf nu anders gaan.
  • Benoem (maximaal twee of drie) concrete onacceptabele gedragingen.
  • Beschrijf wat de school, leerkrachten, … gaan doen om dit te bereiken.
  • Vertel wie ingeschakeld werd als steun
  • Sluit op een positieve manier af.

Beste Mats ,

Wij houden heel veel van jou en zijn trots dat jij de planten goed verzorgt.  We waarderen dat jij graag klusjes doet voor de leerkrachten. 

Toch zijn er ook een paar dingen die wij niet goed vinden.  We vinden dat die moeten stoppen.  Zo willen we niet meer dat je:

  • De juf uitscheldt en brutaal tegen haar bent.
  • Klasgenoten bedreigt of slaat
  • Wegloopt zonder te zeggen waar je heen gaan

Soms doen we het zelf ook niet goed.  Dan schreeuwen we tegen jou of reageren we geprikkeld.  Wij zullen dit niet meer doen.

We hebben juf Minca en meester Klaas gevraagd om ons te helpen.

Mats , we hopen dat het zo weer gezelliger wordt in onze klas.  We doen ons best en weten zeker dat het jou gaat lukken. 

Wij zijn er voor je.

Juf Elke en Sara

Wil van Nus (2015)Het ijzer smeden als het koud is:Geweldloos verzet op school. Een nieuwe kijk op gedragsproblemen. Uitgeverij Abimo/pica

Meer weten? Meld je hier aan om alle documentatie en infobrochures te downloaden.